De nieuwe opzet van de aanpak van schijnzelfstandigheid is een stapje dichterbij. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ (voorheen: Vbar) aangenomen.
Het rechtsvermoeden houdt in dat bij een uurtarief van € 38 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het uurtarief was € 36, maar dit is inmiddels geïndexeerd. De indexatie van dit uurtarief vindt plaats op basis van de cao-loonontwikkeling in plaats van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon, zoals in het wetsvoorstel eerst was voorgesteld. De wet moet op 1 januari 2027 in werking treden. Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Daartoe wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
